Op zoek naar kennis van VvE Zaken?

VvE Rechtspraak - Geldzaken

Betalingsregeling voor wegwerken achterstand VvE bijdrage

Samenvatting:

In deze VvE Rechtspraak staat de achterstand van de betaling van de vve-bijdrage. De gedaagde is een eerdere betalingsregeling niet nagekomen en vraag aan de rechter om een nieuwe betalingsregeling op te stellen. In basis is de kantonrechter op basis van artikel 6:29 BW niet gemachtigd om een betalingsregeling op te stellen. Deze dient door de vertegenwoordiger van de VvE goedgekeurd te worden. In dit geval geeft de rechter de gedaagde de mogelijkheid om alsnog een betalingsregeling aan te gaan en geeft daar een mogelijkheid van bij zijn uitspraak.

Uitspraak RECHTBANK ROTTERDAM vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, in de zaak van

de vereniging VvE Barbizonlaan te Capelle aan den IJssel, gevestigd te Capelle aan den IJssel, eiseres bij exploot van dagvaarding van 11 mei 2020, gemachtigde: BoitenLuhrs Incasso & Gerechtsdeurwaarders te Den Haag,

tegen

[gedaagde] , wonende te [woonplaats gedaagde] , gedaagde, procederend in persoon.

Partijen worden hierna verder aangeduid als “de VvE” en “ [gedaagde] ”.

Het verloop van de procedure

De VvE heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan de VvE te betalen een bedrag van € 818,69, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2020 tot aan de dag der algehele voldoening en [gedaagde] tevens te veroordelen tot betaling van de toekomstige VvE-bijdragen à € 103,63 per maand vanaf 1 juni 2020, een en ander met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

[gedaagde] heeft op de eis geantwoord.

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

De beoordeling

[gedaagde] heeft de feiten waarop de vordering is gebaseerd niet betwist. [gedaagde] heeft gesteld een eerdere betalingsregeling niet te zijn nagekomen en heeft aangegeven thans een nieuwe betalingsregeling te willen afspreken.

De vordering is op de wet gegrond en wordt dan ook toegewezen, een en ander voor zover hierna niet anders blijkt.

Van het gevorderde bedrag van € 818,69 maakt deel uit een bedrag van € 6,05, bestaande uit de kosten, die de VvE heeft gemaakt voor het vaststellen van het eigendomsrecht in de vorm van het opvragen van een kadastraal uittreksel. Deze kosten zullen worden afgewezen. Daartoe neemt de kantonrechter in aanmerking dat de deurwaarder deze kosten niet noodzakelijkerwijs heeft hoeven maken voor een goede ambtsverrichting. Heeft de deurwaarder deze kosten gemaakt als incassogemachtigde, dan worden die kosten geacht begrepen te zijn in de buitengerechtelijke incassokosten. Voor aparte toewijzing van de gevorderde kadastrale kosten bestaat geen grond.

Voorgaande betekent dat er een totaalbedrag van € 812,64 zal worden toegewezen.

De vordering inzake toekomstige, nog te vervallen bijdragen, wordt toegewezen tot het einde van het ten tijde van de dagvaarding lopende boekjaar. De reden van deze beperking is dat de hoogte van de bijdragen nadien nog niet vast staat.

Gelet op het bepaalde in artikel 6:29 BW is de kantonrechter niet gerechtigd zonder instemming van de VvE een betalingsregeling vast te stellen. Het staat [gedaagde] vrij om, naar aanleiding van het vonnis, met (de gemachtigde van) de VvE in overleg te treden voor het treffen van een betalingsregeling.

[gedaagde] wordt, als de overwegend in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten veroordeeld.

De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan de VvE tegen kwijting te betalen € 812,64, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf 11 mei 2020 tot de dag van algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] , om aan de VvE tegen kwijting te betalen vanaf 1 juni 2020 een bedrag van € 103,63 per maand, indien hij met betaling in gebreke blijft te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag telkens vanaf de eerste dag van de maand van elke periode tot aan de dag der algehele voldoening, tot het einde van het ten tijde van de dagvaarding lopende boekjaar, dan wel zoveel eerder het lidmaatschap van [gedaagde] zal eindigen;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de VVE vastgesteld op € 604,09 aan verschotten en € 120,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.M. van Breevoort en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

44487

Bron: Rechtspraak.nl

Over de auteur

Deze artikelen zijn door de redactie van VvE Centraal gepubliceerd.
    Gerelateerde artikelen
    VerbouwenHuishoudelijk reglementModelreglementSplitsingsakteVvE Rechtspraak - Splitsingsreglement

    Verbouwing zonder toestemming ledenvergadering VvE

    VvE Rechtspraak - Splitsingsreglement

    Akte uit 1918 en een geschil over ramen gemeenschappelijke muur

    VvE Rechtspraak - GeldzakenFinancieelServicekosten

    VvE bijdrage niet betaald, beroep op opschorting verworpen

    VvE Rechtspraak - SplitsingsreglementSplitsingsakte

    Is deel dakterras prive of gemeenschappelijk

    Kennis van VvE Zaken, direct in je mailbox!

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

    Interessant om te lezen
    Missen Incassomachtiging leidt tot falen voeren procedure
    Wekelijkse NieuwbriefMeld u aan voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste nieuws!
    • Uw gegevens worden niet aan derden verstrekt.
    • Afmelden voor de nieuwsbrief is te allen tijde mogelijk.
    Weten hoe het zit met die VvE?Dat kan met onze kennis van VvE Zaken<

    Krijg gratis onze laatste kennis direct als nieuwsbrief in je mailbox.

    Of sluit je aan als lid en krijg toegang tot nog meer kennis om de waarde van je appartement te verhogen.