Kennis van VvE Zaken

BestuurGeschillenVvE Rechtspraak - Beheer van de VvE

Moet je het ontslag van een VvE Bestuur agenderen?

Uitspraak RECHTBANK OVERIJSSEL. Beschikking van de kantonrechter van 9 april 2019 in de zaak van

[A] , wonende te [woonplaats] , verzoekende partij in het verzoekschrift, verwerende partij in het zelfstandig tegenverzoek, verder te noemen [A] , gemachtigde: mr. R.H.H. van Wijk, advocaat te Enschede,

tegen

VERENIGING VAN EIGENAARS VAN HET FLATGEBOUW ” [naam] “, gevestigd en kantoorhoudende te [woonplaats] , verwerende partij, verder te noemen [de VvE] ,
gemachtigde: mr. J.C. Choi, werkzaam bij B&D Business Solutions B.V. te Utrecht.

1 De procedure

1.1. [A] heeft een verzoekschrift ingediend, ontvangen op 2 januari 2019, ingevolge artikel 5:130 juncto 2:15 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

1.2. [de VvE] heeft een verweerschrift tevens zelfstandig tegenverzoek ingediend, ontvangen op 28 februari 2019.

1.3. Het verzoek is behandeld op 5 maart 2019 waar [A] , bijgestaan door zijn gemachtigde en [de VvE] , eveneens bijgestaan door haar gemachtigde, is verschenen.


2 De feiten

2.1. Bij akte van splitsing is voornoemd appartementencomplex in appartementsrechten gesplitst, is een huishoudelijk reglement (hierna: HR) vastgesteld en is een vergadering van eigenaars (hierna te noemen: VvE) opgericht. [A] is eigenaar van het appartementsrecht betreffende het appartement aan [het adres] .

2.2. De leden van de VvE zijn op 25 april 2018 in vergadering bijeen geweest en blijkens punt 5 van de notulen van de algemene ledenvergadering (hierna te noemen: ALV) is gesproken over het onderwerp: bestuurswijziging en verkiezing voorzitter. [A] was op dat moment plaatsvervangend voorzitter van de VvE.

2.3. Vervolgens zijn op 11 juli 2018 en op 28 juli 2018 ALV-en gehouden.

2.4 Bij schrijven van 22 november 2018 heeft een aantal bewoners van [de VvE] het voorstel gedaan tot ontslag van het zittende bestuur en het aanstellen van een interim-bestuur voor de duur van maximaal een half jaar, bestaande uit drie leden, te weten de heer [B] (bouwkunde/techniek), de heer [C] (penningmeester) en de heer [D] (tijdelijk voorzitter).

2.5. Vervolgens zijn de leden van de VvE op 28 november 2018 opnieuw in vergadering bijeen geweest en blijkens de notulen van de ALV is gestemd over het ontslaan van het bestuur.

2.6. Op 20 december 2018 heeft een ALV plaatsgevonden.

3 Het geschil

3.1. Het verzoek van [A] .

3.1.1. [A] verzoekt de kantonrechter van de rechtbank Overijssel, team kanton en handelsrecht, bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:


Primair

I.    te vernietigen het besluit van de VvE van 28 november 2018 tot het ontslag van het bestuur op grond van artikel 5:130 jo. 2:15 lid 1 aanhef en sub a BW en/of artikel 5:130 jo. 2:15 lid 1 aanhef en sub b BW;
alsmede te vernietigen het besluit van de VvE van 28 november 2018 tot benoeming van een interim-bestuur op grond van artikel 5:130 jo. 2:15 lid 1 aanhef en sub a BW en/of artikel 5:130 jo. 2:15 lid 1 aanhef en sub b BW;
subsidiair

II.    te vernietigen het besluit van de VvE van 28 november 2018 tot benoeming van een interim-bestuur op grond van artikel 5:130 jo. 2:15 lid 1 aanhef en sub a BW en/of artikel 5:130 jo. 2:15 lid 1 aanhef en sub b BW;
en verder

III.    de VvE te veroordelen in de kosten van deze procedure, alsmede tot betaling van de nakosten begroot op een half salarispunt van het in de hoofdzaak toegewezen salaris met een maximum van € 100,00 zonder betekening, en verhoogd met € 82,00 in geval van betekening, waarbij betaling aan [A] dient te geschieden binnen zeven dagen, althans een door de rechtbank bepaalde redelijke termijn, na dagtekening van het vonnis, respectievelijk binnen zeven dagen, althans een door de rechtbank bepaalde redelijke termijn, na betekening van het vonnis, bij gebreke waarvan de VvE over de proceskosten en de nakosten de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW is verschuldigd;

IV. althans een zodanige uitspraak te doen als de kantonrechter van de rechtbank Overijssel, team kanton- en handelsrecht, juist acht.

3.1.2. [A] heeft, kort samengevat, het navolgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd.

3.1.3. Een besluit van de VvE is vernietigbaar op grond van artikel 5:130 jo. 2:15 lid 1 sub a BW indien het is genomen in strijd met wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen.

3.1.4. Op grond van artikel 5:131 lid 2 BW wordt het bestuur van een VvE benoemd door de VvE en kan zij te allen tijde worden geschorst of ontslagen. In artikel 40 lid 1 en 2 van de Splitsingsakte van de VvE is voornoemde regel uit het BW overgenomen.

3.1.5. Tijdens de ALV van 28 november 2018 is gestemd over het ontslag van het zittende bestuur. Op de agenda voor de betreffende vergadering had eerder gestaan “Bestuurssamenstelling en commissies’, maar dit punt was kort voor de vergadering door het bestuur geschrapt en doorgeschoven naar een nieuw bijeen te roepen ALV. Het ontslag van het zittende bestuur was derhalve niet geagendeerd voorafgaand aan de ALV, zoals artikel 32 lid 7 Splitsingsakte vereist. Indien de totstandkoming van een besluit in strijd is met de Splitsingsakte, is dit besluit vernietigbaar.

3.1.6. Over het besluit tot het benoemen van een interim-bestuur is helemaal niet gestemd.

3.1.7. Ook de enkele mededeling ná de stemming, dat daarmee ook een besluit over de benoeming van een interim-bestuur is genomen, is onaanvaardbaar wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid. Dit alles leidt tot vernietigbaarheid op grond van artikel 2:15 lid 1 aanhef en sub b BW.

3.1.8. [A] wijst voorts op artikel 32 lid 4 van de Splitsingsakte, alsmede artikel 2:41 lid 3 BW. Leden kunnen, mits zij 10% van het aantal uit te brengen stemmen vertegenwoordigen, gezamenlijk overgaan tot bijeenroeping van de ALV. De gang van zaken op de ALV was derhalve niet aangewezen. Bij een andere nader te houden ALV had een interim-bestuur benoemd kunnen worden.

3.1.9. [A] heeft een redelijk belang bij zijn verzoek tot vernietiging van de besluiten als (voormalig) bestuurslid. Thans heerst er onduidelijkheid over de bestuurssamenstelling en dus over wie bestuurdersverantwoordelijkheid draagt. Het interim-bestuur dringt aan op overdracht van de administratie, inclusief wachtwoorden en codes, en de bankpasjes die gekoppeld zijn aan de bankrekening van de VvE met daarop het geld van alle leden. Zolang de onduidelijkheid voortduurt over de status van het ‘oude’ bestuur en het interim-bestuur, acht [A] een dergelijke overdracht onverantwoord en in strijd met zijn zorgvuldigheidsplicht hetgeen een aanzienlijk risico op bestuurdersaansprakelijkheid met zich brengt.

3.1.10. Daarnaast heeft [A] een redelijk belang bij zijn verzoek als lid van de VvE. Een rechtsgeldig gekozen bestuur krijgt de beschikking over alle door de leden bijeen gebrachte gelden, waaronder ook de inleg van [A] .

3.2. Het verweer van [de VvE]

3.2.1. heeft, kort samengevat, het navolgende aan haar verweer ten grondslag gelegd. [A] kan zich niet met recht er op beroepen dat het ontslag van het bestuur niet was geagendeerd. Immers het bestuur heeft zelf het agendapunt van de agenda gehaald. Op deze wijze zou een bestuur steeds kunnen voorkomen dat zij zou worden ontslagen en/of haar onwelgevallige personen zich kandidaat stellen voor het bestuur.

3.2.2. Het bestuur heeft samen met de oproep en agenda voor de ALV van 25 april 2018 ook een brief d.d. 6 april 2018 naar de leden verstuurd. Hierin staat vermeld dat drie bestuursfuncties vrijkomen.

3.2.3. Aangekomen bij agendapunt 5 “bestuurswijziging en verkiezing voorzitter” op de ALV van 25 april 2018, gaf het bestuur aan dat [E] bereid was gevonden de voorzitter te zijn en stelde [A] voor om over te gaan tot stemming wat betreft [E] als voorzitter. Nadat [E] was gekozen tot voorzitter heeft het bestuur het onderwerp bestuurs-benoemingen verschoven naar de ALV van 28 november 2018.

3.2.4. Tijdens de ALV op 11 juli 2018 verzochten leden nogmaals om eerst het afgebroken agendapunt tijdens de ALV van 25 april 2018 te bespreken.

3.2.5. Op de ALV van 24 juli 2018 is het onderwerp bestuursverkiezing aan de orde gekomen.

3.2.6. Het bestuur deed op 22 november 2018 de mededeling dat één bewoner zich had aangemeld voor een bestuursfunctie en dat het bestuur, op basis van de CV en andere informatie, had besloten deze bewoner niet voor te dragen als kandidaat tijdens de geplande ALV van 28 november 2018. Ook heeft het bestuur agendapunt 7 geschrapt, zijnde de “bestuurssamenstelling en commissies”. Het bestuur deel mee het agendapunt uit te stellen tot een nader te bepalen datum.

3.2.7. Tijdens de ALV van 28 november 2018 is (na discussie) gestemd over het stuk van 26 november 2018. Een grote meerderheid heeft vóór het stuk gestemd.

3.2.8. De interpretatie van het HR door het bestuur is in strijd met de akte. Volgens de akte ontslaat en benoemt de vergadering bestuurders. De vergadering is het hoogste orgaan binnen de VvE die hiertoe gemachtigd is. Ook als meegegaan zou worden in de redenatie van het bestuur, zou het voorstel voldoen aan het HR. Volgens het HR mogen eigenaars namelijk kandidaatstellingen ondersteunen. Het bestuur belemmert de ALV in haar handelen door nà de ALV van 28 november 2018, waar een grote meerderheid van de leden heeft gestemd vóór ontslag van het bestuur en benoeming van een interim-bestuur, vast te houden aan een interpretatie van het HR die in strijd is met de akte.

3.2.9. Op grond van artikel 5:131 lid 2 BW kan het bestuur van een VvE benoemd door de VvE te allen tijde worden geschorst of ontslagen. Ontslag van het bestuur hoeft dus niet geagendeerd te worden voorafgaand aan een ALV. Het besluit is daarom niet vernietigbaar.
Daarnaast kwam het onderwerp ontslag van het bestuur tijdens de ALV van 28 november 2018 niet uit de lucht vallen. Sinds de ALV van 24 juli 2018 is ontslag van het bestuur herhaaldelijk aan de orde gekomen.

3.2.10. Dat niet zou zijn gestemd over het benoemen van een interim-bestuur en dat de benoeming van een interim-bestuur niet ter sprake is gekomen tijdens de ALV wordt betwist.
Het stuk van 26 november 2018 is ingebracht als één voorstel, dit blijkt ook uit de opbouw van het stuk. Hiervoor is gekozen vanuit de wetenschap, dat met het indienen van het voorstel tot ontslag, bij acceptatie, een bestuursvacuüm ontstaat.
Tijdens de ALV van 28 november 2018 is meerdere keren ter sprake gekomen dat er moet worden gestemd over het stuk van 26 november 2018.

3.2.11. De ALV wist waarover gestemd zou worden en gestemd is, namelijk over het ontslag van het bestuur en het benoemen van een interim-bestuur. Het ontslag van het bestuur en het vormen van een interim-bestuur was als één onderwerp tijdens de ALV van 24 juli 2018 al ter sprake gekomen en besproken door leden. Ook in de brieven van 19 november 2018 en 26 november 2018 is het ontslag van het bestuur en het vormen van een interim-bestuur besproken. Tijdens de ALV van 28 november 2018 is er meerdere keren gesproken over het stuk van 26 november 2018 dat is ingediend en waarover gestemd moet worden. De leden wisten waarover gestemd zou worden.

3.2.12. [de VvE] stelt dat [A] de VvE verwijt dat zij in strijd handelt met voorgeschreven formaliteiten, maar hij zelf de formaliteiten niet in acht heeft genomen. Het agenderingsvereiste bepaalt dat de agenda 8 dagen voor de ALV verspreid wordt. Het bestuur heeft dit vereiste zelf geschonden door het agendapunt zes dagen voor de ALV van 28 november 2018 van de agenda te verwijderen. Het betreft daarbij een agendapunt waarvan leden al meerdere keren hadden aangegeven dit te willen behandelen op de ALV.

3.3. Het tegenverzoek van [de VvE]

3.3.1. Gezien bovenstaande heeft [A] geen belang om de bankpassen, sleutels, computer, administratie, wachtwoorden en codes nog langer onder zich te houden. De VvE vraagt derhalve de kantonrechter bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat [A] deze binnen twee werkdagen dient over te dragen aan het interim-bestuur op verbeurte van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag dat geen gevolg wordt gegeven
aan deze beschikking met veroordeling van [A] in de proceskosten.

4 De beoordeling

4.1. De kantonrechter overweegt dat tussen partijen in geschil is of tijdens de ALV van 28 november 2018 een rechtsgeldig besluit is genomen waarbij het zittende bestuur is ontslagen en een interim-bestuur.

Het verzoek van [A]

4.2. [A] heeft aangevoerd dat geen rechtsgeldige besluit is genomen. Hij baseert deze stelling met name op het argument dat voormelde onderwerpen niet waren geagendeerd voor de ALV van 28 november 2018.

4.3. De kantonrechter is van oordeel dat dit verweer van [A] niet kan slagen. Immers [de VvE] heeft in dit verband terecht opgemerkt dat het agendapunt zelf door het zittende bestuur is verwijderd en dat reeds diverse malen de samenstelling van het bestuur onderwerp van discussie is geweest. Het gaat niet aan dat een bestuur een discussie over de bestuurssamenstelling eigenhandig steeds uitstelt. Reeds voor de ALV van 25 april 2018 was het onderwerp “bestuurswijziging en verkiezing voorzitter” geagendeerd. Het bestuur heeft tijdens de ALV het onderwerp “bestuurs-benoemingen” doorgeschoven naar de ALV van 28 november 2018. Aldus zeven maanden later.

4.4. Aldus is aannemelijk dat het bestuur en ook alle leden van de ALV ervan op de hoogte waren of hadden kunnen zijn dat de bestuurssamenstelling op de ALV van 28 november 2018 een te bespreken onderwerp zou kunnen zijn waarbij ook een stemming te verwachten zou zijn en in het verlengde daarvan ook de vraag wat zou moeten gebeuren nadat een stemming over het al dan niet ontslaan van het zittende bestuur zou hebben plaatsgevonden. Ook het kiezen van een interim-bestuur lag aldus in de lijn van de verwachtingen. Te meer daar het ontslag van het zittende bestuur en het aanstellen van een nieuw interim bestuur in één stuk werden besproken.
Aangenomen moet worden dat naast een besluit tot ontslag van het zittende bestuur ook een besluit is genomen over de aanstelling van een interim-bestuur. Beide onderwerpen staan vermeld in één stuk en over dit stuk is gestemd tijdens de ALV van 28 november 2018.
Dit is tijdens de ALV blijkens de notulen ook door een van de leden vastgesteld en er is geen melding gemaakt van enig protest tegen die vaststelling.

4.5. Gelet op het bovenstaande zal het verzoek van [A] om de besluiten van de VvE van 28 november 2018 worden afgewezen.

4.6. De kantonrechter overweegt ten overvloede dat de benoeming van het interim-bestuur is geschied voor de duur van maximaal zes maanden. Dit staat immers ook in het stuk. Dit betekent dat het interim-bestuur er zorg voor dient te dragen dat er uiterlijk 28 april 2019 een nieuw bestuur zal zijn.

4.7. De kantonrechter geeft daarbij betrokkenen ter overweging dat het raadzaam lijkt dat personen die betrokken zijn geweest bij de thans gerezen conflicten of daar nog steeds bij zijn betrokken, zich ervan weerhouden om zich kandidaat te stellen.

4.8. Ook schaart de kantonrechter zich achter de rechtsoverweging onder punt 6. van de kantonrechter in zijn beschikking van 13 november 2012, zaaknummer 417334 EJ VERZ 12-1767, inhoudende dat het raadzaam lijkt dat het bestuur en de vereniging zich laten voorzien van professionele ondersteuning.

4.9. [A] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

Het tegenverzoek van [de VvE]

4.10. [A] heeft aangevoerd dat het afgeven van de administratie, inclusief wachtwoorden en codes, alsmede bankpasjes die gekoppeld zijn aan de bankrekening van de VvE onverantwoord is gelet op de onzekerheid omtrent de status van het bestuur.

4.11. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen bestaat thans geen onzekerheid meer omtrent de status van het bestuur. De kantonrechter zal [A] dan ook veroordelen om de in zijn bezit zijnde administratie, inclusief wachtwoorden en codes, alsmede bankpasjes die gekoppeld zijn aan de bankrekening van de VvE en sleutels over te dragen aan het interim-bestuur en wel binnen één week na deze beschikking.

4.12. De kantonrechter acht het opleggen van een dwangsom niet aangewezen aangezien [A] zelf heeft aangevoerd dat hij vermelde zaken niet wilde overhandigen in verband met de onduidelijkheid omtrent de status van het bestuur. Nu deze onduidelijkheid is weggenomen moet worden aangenomen dat [A] bereid zal zijn de vermelde zaken af te geven.

4.13. Voorzover bedoelde zaken zich niet bevinden onder [A] maar onder andere leden van het oude bestuur dan zullen zij bedoelde zaken moeten overhandigen aan het interim-bestuur ondanks het gegeven dat dit in het tegenverzoek niet met zoveel woorden is verzocht en dus ook niet kan worden toegewezen.

4.14. [A] zal als de in het tegenverzoek in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten tot en met deze beschikking aan de zijde van [de VvE] begroot op nihil.

5 De beslissing

Het verzoek van [A]

5.1.Wijst het verzoek van [A] om de besluiten van 28 november 2018 te vernietigen af.

5.2.Veroordeelt [A] in de proceskosten, tot en met deze beschikking aan de zijde van [de VvE] begroot op € 480,00 (2 punten van € 240,00) ter zake van het salaris van de gemachtigde.


Het tegenverzoek van [de VvE]

5.3. Veroordeelt [A] om, voor zover deze zich onder hem bevinden, de sleutels, computer, administratie, wachtwoorden en codes, alsmede de bankpasjes die gekoppeld zijn aan de bankrekening van de VvE, binnen één week na betekening van deze beschikking over te dragen aan het interim-bestuur;

5.4. veroordeelt [A] in de proceskosten, tot en met deze beschikking aan de zijde van [de VvE] begroot op nihil.

5.5. Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

5.6. Wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven te Almelo door mr. K.G.F. van der Kraats, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2019. (HJ)

Bron: Rechtspraak.nl

Author: Redactie VvE Centraal

Deze artikelen zijn door de redactie van VvE Centraal gepubliceerd.

Over de auteur

Deze artikelen zijn door de redactie van VvE Centraal gepubliceerd.
    Het laatste nieuws wekelijks in je mailbox!

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.