Kennis van VvE Zaken

VerbouwenVergunningenVvE ZakenWettelijke verplichtingen

Invloed van de architect ook na oplevering.

invloed architect vve

Vanaf 1 november jl. beantwoordt Anne Vermeulen, advocaat bij Rijssenbeek Advocaten veel voorkomende vragen over het appartementsrecht.

De vraag die deze week behandeld wordt is:

Hoever reikt de invloed van de architect op zijn werk na oplevering van het gebouw?

Bij vergaderbesluit wordt positief besloten op het voorstel tot het aanbrengen van zonwering. Om de uniformiteit te garanderen worden vorm en kleur vastgesteld. Nadat de architect gehoor heeft gekregen van dit plan maakt hij bezwaar bij de VvE tegen het aanbrengen van zonwering. De vraag is hoever de invloed van de architect reikt op wijzigingen aan het door hem ontworpen gebouw door de VvE. In dit artikel wordt de auteursrechtelijke bescherming van de architect en de gevolgen daarvan voor de VvE in de praktijk nader bekeken.

Auteursrechten

In de Auteurswet is uitdrukkelijk bepaald dat bouwwerken auteursrechtelijk worden beschermd. Het auteursrecht ontstaat zodra sprake is van een ontwerp of een bouwwerk. Het auteursrecht bestaat uit twee delen. Zo bestaat het exploitatierecht van de architect inhoudende het exclusieve recht van de architect om zijn ontwerp te verveelvoudigen of openbaar te maken. Het is niet toegestaan gebruik te maken van het ontwerp van de architect zonder zijn toestemming.

Naast het exploitatierecht heeft de architect tevens een persoonlijkheidsrecht. Deze rechten vinden hun oorsprong in de band tussen de architect en zijn werk. Er zijn drie verschillende persoonlijkheidsrechten te weten;
1. Het recht van de maker zijn naam te vermelden bij het bouwwerk; 2. het recht van de maker te beslissen zijn werk al dan niet in de openbaarheid te brengen. Het derde persoonlijkheidsrecht wordt in de praktijk als het belangrijkste recht van de architect gezien. Dit betreft het recht van de architect zich te verzetten tegen elke wijziging van het werk alsmede tegen een misvorming of verminking van het werk, die nadeel toe zou kunnen brengen aan de eer of de naam van de architect.

Wijziging van het werk

Tussen een eenvoudige wijziging of een misvorming of verminking zit een groot verschil. Wordt een eenvoudige wijziging aangebracht in het werk van de architect dan kan hij zich daartegen enkel verzetten als zijn verzet niet in strijd is met de redelijkheid. Voor de beantwoording van vraag of de architect handelt in strijd met de redelijkheid dient een belangenafweging te worden gemaakt tussen enerzijds de belangen van de architect anderzijds de belangen van de eigenaar/gebruiker.

Een voorbeeld uit de praktijk waarbij een dergelijke belangenafweging werd gemaakt betrof de situatie waarin een architect werd verzocht een ontwerp te maken voor een dakkapel op een aantal woningen1. De oorspronkelijke architect van deze woningen hoorde van deze plannen en maakte tevens een ontwerp, dit ontwerp betrof kleinere dakkapellen dan het ontwerp van de architect aan wie in eerste instantie de opdracht was verstrekt ten aanzien van de dakkapellen. De bewoners gaven de voorkeur aan de grotere dakkapellen en de oorspronkelijke architect spande een kort geding aan. De President paste een belangenafweging toe. De architect had enkel bezwaar tegen de afmetingen, deze zouden indruisen tegen zijn esthetische opvattingen. De afweging viel niet in het voordeel van de architect; de President achtte het verzet van de architect in strijd met de redelijkheid. De wijziging kon in dit geval dus zonder toestemming van de architect worden uitgevoerd.

advertentie Rijssenbeek Advocaten

In dit licht dient ook de situatie te worden bezien waarin een geheel andere kleurstelling aan een gebouw wordt gegeven dan oorspronkelijk is toegepast door de architect. Dit kan in bepaalde gevallen tevens als ontoelaatbaar worden geacht. Zo blijkt uit de uitspraak van het Hof ’s-Hertogenbosch van 5 november 1997 dat wanneer een bepaalde kleurstelling van het exterieur van het gebouw en met name de daartoe behorende gevels een eminente plaats in het architectonisch ontwerp inneemt, door verandering van die kleur sprake kan zijn van een ontoelaatbare aantasting welke nadeel zou kunnen toebrengen aan de naam en waarde(ring) van de architect van het gebouw. Bij de belangenafweging is o.a. gekeken naar de kosten die het behouden van de oorspronkelijke kleur met zich meebrengt. Het Hof oordeelde dat de architect voldoende belang had zich te verzetten tegen deze wijziging. Het gebouw diende zijn oorspronkelijke kleur te behouden. Ditzelfde gold ten aanzien van de kleur van de zonwering2.

Verminking of misvorming van het werk

Wanneer de verandering van het werk als een verminking of misvorming kan worden aangemerkt, heeft de architect het absolute recht zich tegen een dergelijke aantasting van zijn werk te verzetten. Er hoeft in dat geval geen belangenafweging plaats te vinden. Ook al heeft de eigenaar een redelijk belang, een misvorming of verminking is hoe dan ook niet toegestaan. De vraag blijft natuurlijk wanneer sprake is van een verminking en wanneer van een wijziging? Bij de beantwoording van deze vraag speelt met name de mate van exclusiviteit van het gebouw een rol.

In 1988 verbood de President van de Rechtbank Leeuwarden de gemeente Tietjerksteradeel buitenzonwering aan te brengen aan het gemeentehuis te Bergum3. De architect was van mening dat sprake was van een verminking van het bouwwerk. De President overwoog als volgt met betrekking tot de vraag of het aanbrengen van zonwering op de buitenwanden van het stadhuis was aan te merken als een verminking:

“Met betrekking tot die vraag is van beslissend belang of en zo ja in hoeverre de buitenwanden van het werk het aanbrengen van zonwering in de daartoe geëigend te achten wijze kunnen verdragen zonder dat daarbij aan het karakter van die wanden als essentiële bijdrage aan het werk als zodanig op beslissende wijze afbreuk wordt gedaan.”

De President kwam in zijn beslissing tot het oordeel dat het ontwerp voor het aanbrengen van de zonwering moest worden aangemerkt als een verminking van het gebouw. In dit geval werd zoals eerder aangegeven dus ook niet toegekomen aan een belangenafweging.

Conclusie

Uit het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat de architect zeker invloed kan uitoefenen op aanpassingen op zijn werk na oplevering. Hoever deze invloed van de architect reikt hangt af van de mate van wijziging van het gebouw. Zo kan de architect zich niet zomaar verzetten tegen elke wijziging. Hiervoor moet hij voldoende belang hebben wil zijn bezwaar redelijk worden geacht door de rechter. Zo lijkt het dat een VvE zich bijvoorbeeld niet hoeft te conformeren aan de door de architect aanbevolen kleuren voor een zonwering indien deze kleurstelling nauwelijks afwijkt van de keuze van de VvE. Afgevraagd kan dan immers worden wat het belang van de architect is daarbij. Zo zal bij elke wijziging van het gebouw nagegaan dienen te worden of sprake zou kunnen zijn van een inbreuk op de persoonlijkheidsrechten van de architect.

Om problemen te voorkomen verdient het de voorkeur om als VvE voorafgaand aan een voorgenomen wijziging schriftelijke goedkeuring te vragen aan de architect. Hierdoor worden de mogelijkheden voor de architect om achteraf bezwaar aan te tekenen beperkt. Wanneer een architect niet instemt met een door de VvE voorgestelde wijziging en de VvE gaat desondanks toch over tot het aanbrengen van de wijziging, dan kan de architect een gerechtelijke procedure tegen de VvE aanhangig maken.

Daarom is het van belang dat wanneer de VvE bekend is met de bezwaren van de architect tegen een voorgenomen wijziging aan het gebouw, na te gaan of de VvE voldoende belang heeft bij de wijziging en of dit belang opweegt tegen de belangen van de architect. Indien de VvE hier haar twijfels over heeft, is het aan te bevelen met de architect in gesprek te gaan om te bekijken of er alternatieven zijn waar beide partijen zich mee kunnen verenigen. Zo kan een kostbare procedure voorkomen worden.

advertentie Rijssenbeek Advocaten

President Rb. Utrecht, 18 oktober 1977, AMR 1979/1, blz. 16.
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 5 november 1997, IER 1998,1.
President Rb. Leeuwarden, 12 juli 1988, IER 1988, blz. 88, AMI 1989/1, blz. 17, BIE 1990, nr. 18.

 

Author: Anne Vermeulen

Expertise Anne Vermeulen adviseert aan en procedeert voor onder meer (besturen van) VvE’s en hun beheerders, recreatieparken en particuliere opdrachtgevers. Zij is specialist op het gebied van appartementsrecht en bouwrecht. Wist u dat? Anne Vermeulen regelmatig optreedt als docent en spreker tijdens cursussen voor professionele vastgoedbeheerders en (besturen van) VvE’s.

Over de auteur

Expertise Anne Vermeulen adviseert aan en procedeert voor onder meer (besturen van) VvE’s en hun beheerders, recreatieparken en particuliere opdrachtgevers. Zij is specialist op het gebied van appartementsrecht en bouwrecht. Wist u dat? Anne Vermeulen regelmatig optreedt als docent en spreker tijdens cursussen voor professionele vastgoedbeheerders en (besturen van) VvE’s.
Het laatste nieuws wekelijks in je mailbox!

5 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.